GOED NIEUWS! Met alle covid-versoepelingen die tijdens persconferentie van 18 juni 2021 zijn aangekondigd, verwachten wij in najaar 2021 weer met onze lezingen te kunnen beginnen. We gaan aan de slag met een programma en houden jullie op de hoogte.

Voorlopige data:
zaterdag 18 september
zaterdag 16 oktober
zaterdag 13 november
zaterdag 18 december

Schrijfwedstrijd: Mijn favoriete object

Aan de HGV schrijfwedstrijd deden 9 leden mee, hun inzendingen lees je hieronder. Van 17 tot 30 mei konden onze leden hun stem uitbrengen en 13 leden hebben hieraan gehoor gegeven. Alle deelnemers worden hartelijk bedankt voor hun inzet, het was een plezier om de verhalen te lezen en de foto’s te bewonderen.

De inzendingen werden beoordeeld op inhoud, originaliteit en de foto’s.

De stemverdeling was als volgt: Rose Denters 5, Rob Blijerveld 3, Patty Frederiksz 2, Jan Gevers Leuven 1, Barbara Marsman 1, Jacqueline Waasdorp 1.

Zonder de andere deelnemers tekort te doen, alle inzendingen waren interessant en boeiend, is Rose met de inzending ‘Het Botje van Mo, of hoe het allemaal begon’, met een ruime meerderheid als winnaar geëindigd. Zij mag straks iets moois kiezen uit de overgebleven prijzen van onze quiz uit 2020.

Voor alle inzenders hebben we nog een leuke verrassing in petto. Zodra wij ons plan hebben uitgewerkt worden zij hiervan per mail op de hoogte gesteld.

De inzendingen:

Rob Schouten
Zeeleliegraf

De vindplaats Landaville is een klein plaatsje in Noordoost Frankrijk en wel in de Vogezen – ten zuidwesten van Nancy. In de ondiepe groeve zijn grote platen te vinden van een mergelkalk / kalkmergel uit de Midden Jura – Bajocien – Parkinsoniazone.

Op mijn vondst zie je i.p.v. veel zee-egels veel zeelelies. Losse stukjes, maar ook hele kelken met armen en als je de detailfoto’s bekijkt, ook een min of meer complete zee-egel, maar dan met een doorgesneden ‘lijf’. Hierdoor kan je de uitgekristalliseerde vulling mooi zien. Als je naar de foto’s kijkt zie je natuurlijk dat er met nog wat prepareerwerk veel moois bij kan komen.

Rob Schouten, mei 2021
______________________________________________________________________________

Rob Bleijerveld
Gastvrij onthaal mét beukenbladfossiel

Mijn bijdrage gaat over een ´meteogene´ travertijn (tufa) met beukenbladeren en tenminste één zaad. Maar het is ook bedoeld om een mooi en gastvrij land met een interessante geologie aan te prijzen: Slovenië.
In juli 2009 bezochten mijn vriendin en ik de Julische Alpen in Noord Slovenië voor een bergwandel- en kampeervakantie. Op een van de minder regenachtige dagen maakten we een uitstapje naar de stad Tržič en de nabijgelegen Dovžan Kloof. Het pad dat – deels via tunnels en bruggetjes – door deze kloof slingert, is onderdeel van de Sloveense Geologische Route die van Jezersko via Jesenice, de Triglav en Tomin naar Idrija loopt.

De Dovžan Kloof staat bekend om haar geologische, geomorfologische, hydrologische en botanische rijkdom. Zo´n 300 miljoen jaar geleden was hier een tropische zee. De fossiele resten van de fauna (waaronder een aantal unieke soorten) zijn te vinden in de wanden van de kloof. Via een pad loop je langs een complete lagenopeenvolging uit het jongste deel van het Paleozoïcum (300 tot 260 miljoen jaar oud).

Gidsfossiel Sphaeroschwagerina carniolica (foraminifeer) is het symbool van de kloof.

Het fossiel waarover dit stukje gaat, kreeg ik die middag kado van beheerster Catarina van het Exhibition and Education Center RIS in Dolina. Een uurtje daarvoor probeerden we bij de VVV van Tržič met handen en voeten uit te vinden waar het pad door de kloof begint. Op dat moment kwam Caterina binnen met lunchbroodjes voor haar collega´s. Van haar kregen we in het Engels alle informatie die we zochten. Ook namen we graag haar aanbod aan om ons per auto naar het begin van het pad te brengen. Dat is in Dolina waar zich ook het RIS centrum bevindt. Het centrum was gesloten, maar zij had de sleutel en liet ons binnen. Daar vergaapten we ons aan de prachtige regionale geologische collectie en kwamen goed in de stemming om vervolgens het pad richting Tržič af te dalen

Een fossiel in het museum dat mijn bijzondere aandacht vroeg, was een stuk tufa (lage temperatuurtravertijn) met daarin fossiele afdrukken van beukenbladeren en zaad (zie rode  circel). Het is afkomstig uit de buurt van Jezersko waar de Sloveense Geologische Route begint, en is ´slechts´ 200-500 jaar oud.

Tufa is een kalkrijk, poreus gesteente dat vaak plantenresten bevat. De kalk (aragoniet en dolomiet?) is onder invloed van micro-organismen uit rivierwater neergeslagen en vormt daar hindernissen die meters hoog kunnen worden en waar allerlei organisch ´afval´ in en achter blijft steken. Zoals beukenbladeren. [Overigens tufa is geen tuff; dat laatste is van vulkanische oorsprong]

Ook de tocht door de kloof was erg de moeite waard. Dus als je in de buurt bent….

Rob Bleijerveld, mei 2021

Kaart Sloveense Geologische Route: http://geopedia.si/lite.jsp?locale=en&params=T2863_x499072_y112072_s9_b4#T2863_x434336_y125544_s11_b4)
Informatie kloof:
https://www.visit-trzic.com/doc/brosure/the-dovzan-gorge.pdf
______________________________________________________________________________

Fred Michon
Een object uit het Oberbergisch Land in Duitsland

Fossiele segmenten/schijfjes van zeeleliestengels (crinoïden)
Naam: Rhipidocrinus crenatus Goldfuss 1831
Vindplaats: Omgeving Waldbröl, Oberbergisches Land, Duitsland
Tijdvak: Midden Devoon

In de 80’er jaren ben ik met een paar vrienden naar het Oberbergisch Land afgereisd omdat er daar volgens een andere hobbyist veel Devonisch materiaal te vinden zou zijn. In deze Devonische tijd was deze omgeving een warme ondiepe zee, de naderhand omhoog gedrukte delen worden “Sattels” genoemd en de lager gelegen delen een Mulde. Met name in de Muldes zijn vindplaatsen van fossielen ontsloten.
In de omgeving van Waldbröl, Wiehl en Unterwiehl dagzomen in steile taluds langs kleine wegen o.a. de Mühlenbergschichten, bestaande uit een blauwgrijze, zeer dichte en massieve zandsteen, meestal fijnkorrelig, bevattende veldspaat met sterk verweerde, bruinachtig-geel verweerde banken. Deze schichten stammen uit het onderste Midden Devoon en zijn ca. 390 miljoen jaar oud.

Interessant voor de fossielenverzamelaar zijn de hierboven genoemde bruingele verweerde banken, die vaak over vele vierkante meters zijn bedekt met de schijfjes van stengeldelen. In deze verweringszones is het calciet van de stengeldelen reeds opgelost, zodat alleen de negatieven (afdrukken) bewaard bleven. Voor de fossielenverzamelaar zijn dit geen zeldzaamheden voor de collectie, maar een dergelijke vondst hoort gewoon in een Devoon-collectie thuis.

Ondanks dat de vindplaatsgegevens verouderd waren en de vindplaatsen weinig meer opleverden vond ik op een voormalige stortplaats langs de weg echter nog wat platen met segmenten van zeeleliestengels.
De hier getoonde plaat is 28 x 21 cm en dik 4 cm.

Wat ik me behalve deze fraaie vondst nog herinner is dat op deze niet zo succesvolle reis werd overnacht in een klein Gasthof, waar de eigenaar niet meer te drinken had dan bier uiteraard en een halve fles lauwe rosé!!
Thuis gekomen waren we het laatste snel vergeten, wat restte waren een paar mooie vondsten.

Fred Michon, mei 2021
______________________________________________________________________________

Barbara Marsman
Haaientanden

Lang geaarzeld over mijn favoriete object. Het hazenkaakje van de Zandmotor? Maar dat heeft al zo in de belangstelling gestaan en is trouwens niet meer in mijn bezit, geruild met Dik Mol voor een kies van een wolharige neushoorn. Mijn eerste zee-egel, gevonden in de buurt van Philippeville in de Ardennen, het begin van een aardige collectie zee-egels?
Nee, het worden toch de haaientanden, waarmee het allemaal begon.

Mijn jeugd heb ik doorgebracht in Sluis, Zeeuws-Vlaanderen, vlak bij Cadzand. Wij gingen daar vaak naar toe en al heel snel had ik door, dat daar haaien- en roggentanden te vinden waren. Fossiele haaientanden van wel 40 miljoen jaar oud, voor een kind nauwelijks te bevatten. Praktisch elke keer vond ik wel wat. Weliswaar niet van die hele grote die in de vitrine van het oude hotel Noordzee ( jammer genoeg gesloopt omdat het op den duur op de rand van het afkalvende duin lag) lagen, maar toch leuke vondsten. Je raapt tientallen stukjes zwart spul op, maar als je een haaientand ziet, weet je meteen dat het er één is. Ook hier op het strand speur ik onbewust nog steeds naar haaientanden en hoewel het eigenlijk niet kan, heb ik in de loop der jaren ook hier twee haaientanden gevonden.
Mijn vriendin Vic, was intussen lid geworden van de geologische vereniging afdeling Den Haag en het feit dat ik haaientanden verzamelde, was reden genoeg om ook lid te worden, vond zij. Geen spijt van gehad, leuke lezingen en leuke excursies. En nooit eerder geweten dat er zoveel verschillende soorten haaientanden waren!

Zelf heb ik jaren geleden een kleine excursie georganiseerd, met vrienden en familie naar Cadzand en Nieuwvliet. Vic was daar ook bij, ze vond die dag meer dan 20 haaientanden! Meer dan ik ooit op één dag gevonden heb!
Met Mark Zondag zijn we ook nog een paar keer naar Hoevenen geweest, het was daar een kwestie van kuilen graven en dan maar zeven. Mooie vondsten ook, maar naar mijn mening toch niet zo fijn als het speuren langs de vloedlijn.

Barbara Marsman, mei 2021
______________________________________________________________________________

Patty Fredriksz
ZEE-EGELS

Hoe kies je een object uit je verzameling die je in jaren bij de Haagse Geologische Vereniging hebt opgebouwd? Eén favoriet heb ik niet, ik heb een stel hele leuke zee-egelvondsten.
Mijn eerste vond ik op een storthoop, de eerste keer met de Geoclub mee op excursie naar de Piesberg en op de terugweg nog ergens op een storthoop zoeken. Trots als een pauw kwam ik met een fossiele zee-egel terug.

Maar net zo mooi was het fossiele zee-egeltje dat ik van een meisje kocht bij Jebel Shams, een massief in Oman, dat tijdens onze wandeling een oud rif bleek te zijn.

Het gezelligst was met de fossielenwerkgroep naar Landaville waar we tijdens de lunch om ons heen de zee-egels zo op konden rapen en natuurlijk later gingen uitprepareren tot mooie stukken.

Zee-egels blijven prachtig, ook omdat we ze nog steeds kunnen bewonderen tijdens onze duiken en je de naaldjes nog steeds op het strand kunt vinden.

Patty Fredriksz, mei 2021
______________________________________________________________________________

Jan Gevers Leuven
Mijn dierbare voorwerp ligt op de schoorsteenmantel

Ik vond het jaren geleden in de winkel “De Edelsteen” in de Balistraat, Den Haag. Daar kwam ik graag.

Op een dag dat ik er was stond er een mand met ronde stenen. Die dag zouden er schoolkinderen langs komen om iets te horen over stenen. Huib Broekarts, de eigenaar, nam een van die stenen en zei tegen een klein meisje dat ze samen zouden kijken hoe die steen er van binnen uit zou zien. Ze moest wel een brilletje op. Haar nieuwsgierigheid groeide. Tegelijk met de mijne, trouwens. Huib nam een zware hamer. Toen kwam het: want voor het eerst in duizenden jaren werd de inhoud zichtbaar. HOL …!! Kristalletjes!! En jij bent de eerste die dit ziet! Het meisje mocht hem hebben. Hij vertelde haar hoe die kristalletjes daar kwamen. Het sprookje groeide. Nee, het geheim was te ver weg voor het kinderbrein, maar de feiten waren er en vroegen om nauwkeurige aandacht. Het heeft mij m’n levenlang gefascineerd. Maar het bleef steken in het hobby-hoekje.

En zo kwam het dat ik in die winkel er een zag liggen, doorgezaagd en gepolijst, met een grijns op zijn gezicht die onmiddellijk om aandacht vroeg. Discordantie! Dat ding heeft een kanteling meegemaakt en groeide daarna door. Er zat geschiedenis aan en een kenner zou me wel inlichten. Die kwam niet. Maar de inzichten kwamen wel. Museum Hofland had een tentoonstelling van dit soort fenomenen en dat bracht duidelijkheid: de oorsprong is vulkanisch. Gasbellen stolden. Een korst was steviger dan de omgeving zodat verwering en erosie de korst uitprepareerden. Het werd een geode. Daarna bleek de korst water door te laten tezamen met wat er in dat water was opgelost: kiezelzuur. Dat zweette naar binnen. Het gas in de holte werd deels verdreven en een vloeistofspiegel vormde zich. Het kiezelzuur vormde in water een kiezelgel en zakte uit. Op de bodem ontstond een zich verhardende pudding, chalcedoon. Daarboven deed het kiezel opeens iets anders, het ging zich rangschikken in een kristalrooster en groeide uit tot een bergkristalletje. Vraag me niet hoe dat zo kwam. Het gebeurde ook aan het plafond. De holte bleef nog intact maar zou in de toekomst wel zijn verdwenen, en dan zou het geheel helemaal dichtgelopen zijn met chalcedoon en/of met kristallen. Ja, het zweet gaat dwars door het aangroeisel, chalcedoon is er doorlaatbaar voor. Kennelijk, want hoe krijg je het in het centrum van een steeds kleiner wordende holte?? Ik begon er in Laren, het Hoflandmuseum, over te praten en toen bleek dat niet iedereen het met mijn scenario eens was. Nu ja, geologie is ook maar een… o nee! Het is een wetenschap, geen stelsel van meningen, en daarin zijn de geleerden het gewoon niet eens over hoe het allemaal is ontstaan maar er vormt zich wel een reeks feiten die je moet kennen om er althans iets van te begrijpen. En daar oefenen we ons in in het zaaltje van het Museon en ik ben dankbaar er af en toe te mogen zitten.

Jan Gevers Leuven, mei 2021
______________________________________________________________________________

Lita Paauwe
Mijn favoriete object

Het Museon was jaren negentig, begin 2000 een Eldorado op geologisch gebied.
Wim de Vries gaf in januari een boeiende basis cursus geologie met een syllabus die helder en informatief was. In het najaar was de zg Specialisten serie met lezingen op geologisch gebied gegeven door enthousiaste specialisten, die hun vakgebied aan ons toonden dmv een prachtige presentatie. Ieder najaar verheugden wij ons hierop. Het was altijd een soort reünie van oud excursiegangers en verdere geïnteresseerden.

Wim de Vries heeft in 1996 zijn eerste reis naar IJsland georganiseerd, veelal kamperen, maar het kon in die tijd niet anders.
Het is op deze reis dat Wim mijn favoriete object uitgehakt heeft, zeoliet uit het gesteente bezijden de Breidamerkurjokull, een herinnering aan dit overweldigende eiland, waar de weidsheid, de gletsjers, zuivere lucht en spectaculaire kleurschakeringen, ons nog menig maal tot een bezoek hebben uitgenodigd.

Lita Paauwe, april 2021

______________________________________________________________________________

Rose Denters
Mijn favoriete object
Het botje van Mo, of hoe het allemaal begon

Niets liever dan struinen langs het strand of in de bergen, bukken om een schelpje, een steentje of ander moois op te rapen, het vervulde me altijd met blijdschap. Ja, ik ben een geboren jutter!

En nadat we in december 2012 onze grote wens om weer naar Den Haag terug te keren hadden verwezenlijkt stond niets me meer in de weg om vaak, heel vaak de vloedlijn af te schuimen.

Onze ruwharige teckel Mo hadden we uiteraard sinds zijn kleutertijd vanuit het oosten des lands al laten kennis maken met de grote zandbak en waterpret in het westen.
En het was Mo die, ter hoogte van strandtent De Kwartel, op een mooie zomerdag enthousiast uit de branding kwam gelopen met een prachtige kluif in zijn bek. Geen verse van de slager, maar een diepzwarte met duidelijk zichtbare breukranden. Ik begreep dat hij iets bijzonders had en stelde tot beider tevredenheid een smakelijke ruil voor: hij een heerlijk hondensnoepje en ik zijn pas verworven buit.

Het werd de basis van een lange en plezierige samenwerking, Mo specialiseerde zich in het zoeken naar Fruits de Mer die hij met smaak verorberde terwijl ik alle tijd had om de geheimen die de zee had prijsgegeven te ontdekken en zodoende een aardige collectie aan fossielen, stenen, wat schelpen en zelfs een prachtig artefactje vond.

Voor mij begon het speurwerk, wat voor bot was het precies en wie kon me daar meer over vertellen. Na enig speurwerk op internet vond ik de site van de Haagse Geologische Vereniging en een enthousiaste Jacqueline Waasdorp nodigde me uit om de aanstaande lezing te komen bijwonen. Ik kwam in een warm bad terecht, allemaal mensen die net als ik blij werden van vondsten uit de natuur. Fossielen, stenen, mineralen, schelpen, kortom, ik voelde me thuis en werd gelijk lid. Vic Viveen was zo aardig om het botje van Mo te determineren voor mij, en met grote nieuwsgierigheid wachtte ik de uitkomst af.

Het bleek vermoedelijk een stuk scheenbeen van een oerpaardje te zijn, ongeveer 30.000 jaar oud uit het Weichselien, de laatste IJstijd in Nederland die duurde van ca 110.000 tot 10.000 jaar geleden. Nederland was toen verbonden met Engeland en toendra’s (met vrijwel constante permafrost) wisselden af met nog koudere ruige en droge steppenlandschappen. Op die winderige koude steppe leefde mijn oerpaardje, knabbelend aan gras dat in grote hoeveelheden op de steppe aanwezig was.

Het botje van Mo ging na een tijdje aan de randen verkruimelen, wat nu? Wederom kwam de kennis van ‘de club’ van pas. Beginner als ik was had ik geen enkele kennis van het ontzilten van vondsten uit het zoute zeewater! Ik moest het zeker 4 weken of langer, afhankelijk van de grootte, in zoet water leggen en dat regelmatig verversen. En daarna, als het bot opgedroogd is conserveren door het een tijdje in een lijmoplossing onder te dompelen.

Bleef over, hoe zou mijn oerpaardje, eens de bezitter van mijn botje eruit hebben gezien?
Groot was hij of zij niet, met een dichte vacht en recht opstaande manen, maar lekker stoer!

Rose Denters, april 2021

______________________________________________________________________________

Jacqueline Waasdorp
Mijn favoriete object komt uit Landaville

Acroselenia bradfordensis COTTEAU en Chariocrinus andreae
vindplaats Landaville, Frankrijk
Midden-Jura, Bajocien
168,3 – 170,3 miljoen jaar

Een favoriet object uit mijn collectie dateert uit mijn begintijd bij de HGV. Vic Viveen, die ik kende vanuit het Museon, haalde mij de vereniging in (“jij vindt dat leuk”). Rob Schouten, een collega van mij, was ook lid. Leek een prima club. Ik wist helemaal niets over geologie en fossielen, maar dan ook echt niets, maar ik heb een brede belangstelling voor van alles. Ik werd lid, vond de lezingen interessant en sloot mij ook aan bij de toen nog bestaande, zeer actieve Fossielenwerkgroep.

Zomer 2003 vertrokken wij op een ochtend in alle vroegte met een paar auto’s richting Frankrijk, naar een bij deskundigen bekende vindplaats, het plaatsje Landaville. Gelegen in de noordelijke Vogezen, een kleine 10 km ten zuiden van Neufchateau. De Camping Municipal was een prima plek om onze tentjes op te slaan. Onze dagen brachten we door in de steengroeve, voor mij allemaal nieuw. Je hoefde nauwelijks te zoeken en niet te hakken, de fossielen lagen werkelijk voor het oprapen. Prachtige stukken vol met zeeëgels, meestal met de stekels er nog bij (!), en zeeleliestengels, zo’n 168,3 – 170,3 miljoen jaar oud. Pas toen ik wat meer kennis had opgedaan, realiseerde ik me echt hoe oud dat is: egels en zeelelies afkomstig uit een zee op een plaats waar nu bergen zijn, uit een tijd dat de aarde er totaal anders uitzag dan nu.

Camping Municipal in Landavile

Is het een heel speciaal object? Ik denk het niet. Is het heel zeldzaam? Dat denk ik eerlijk gezegd ook niet. Wel voor mij. Het is mijn kennismaking met fossielen zoeken, het stuk op de foto is een van mijn eerste zelf gevonden fossielen.
Het ging natuurlijk om het geheel. Overdag de steengroeve in, ’s avonds lekker eten, Franse kaas erbij, een glaasje wijn, een fijn gezelschap. Pieter, die voor het ontbijt voor iedereen spiegeleieren bakte onder de openstaande klep van de “gouden koets”, de goudkleurige auto waar Rob indertijd in reed.
Er zijn nog heel wat fossielenreisjes gevolgd, naar Duitsland, Denemarken, Tsjechië, Frankrijk, Engeland. Soms met spectaculaire vondsten, soms met (bijna) niets. Maar meestal reden we met zwaar beladen auto’s terug naar huis. En dan hadden we vaak nog een heleboel achtergelaten… Het zijn mooie reisjes om op terug te kijken, en het zijn de herinneringen die de objecten bijzonder maken.

Jacqueline Waasdorp, februari 2021