Antwoorden HGV QUIZ

Aflevering 1
1 a 
2 a                     
3 c                   
4 a       
5 b         
6 c         
7 c         
8 b; littorale zone = kuststrook, nerieische zone = tot 200 m, bathyale zone = tot 1.000 m, abyssale zone = diepste delen zeebodem m.u.v. diepzeetroggen, hadale zone = de bodem van de diepzeetroggen
9 a         
10 b         
11 a
12 c
13 c
14 b
15 b
16 a
17 b; hydrargyrum (ranggetal 80)
18 b
19 c; w.o. de blauwalgen
20 b
21 b
22 b
23 b; antraconiet is een mineraalnaam (door koolresten verontreinigde calciet)
24 a
25 c

Aflevering 2
1 b
2 c dendros = boom; a = pollenanalyse
3 c
4 c; a is uitgesloten; luchtbellen weerkaatsen licht, ijs zal wit lijken
5 c
6 b; a en c zijn genoemd naar personen en zijn, anders dan b, Fe-verbindingen
7 b; a = diasteem; c = diaklaas (ook bij basalt)
8 c het zeewater vulde de poriën van mariene afzettingen
9 a de Salto del Angel in Venezuela
10 c; a = schoorwal, b = delta 
11 c Diplodocus carnegii Hatcher, Boven-Jura van N-Amerika; a = Tyrannosaurus; b = Brontosaurus
12 a; b en c zijn verzonnen
13 c; a = corrosieverschijnsel op oppervlak kalkhoudende gesteenten in de vorm van groeven en kammen op een hellend vlak; b = het onregelmatig relief in een gebied zonder oppervlakte-afwatering
14 c; a en b zijn verzonnen
15 a; Mt Everest 8.884 m, Marianentrog 11.035 m, samen 19.919 m
16 c; a = zonder aan- en afvoer; b = verandering in sediment
17 c; c = halogenide; a en b = pyroxeen
18 a
19 b; a = afslijpende werking van wind, zand en water; c = aantastende werking door chemische processen
20 c
21 b  ktinoliet-vilt
22 b; a en c zijn verzonnen
23 c  401 – 408 milj. jaren
24 a
25 c; coelos = holte, endos = darm; a = Coelodonta; b is verzonnen

Aflevering 3
1 a chitin is een bouwstof (Gr.: wapenrok, borstpantser), bij ongewervelden voorkomende uitwendige steunsubstantie (insecten, schaaldieren)
2 b kiezellei, veelal grijs, zwart of roodachtig tot bruin getint, doorspikkeld met witte of zwarte puntjes, afkomstig van kiezelskeletjes van eencelligen, de zgn. radiolariën
3 b
4 a; Ko en Kb bestaan niet, K = kalium
5 b; een serpula is een kokerworm; a en c zijn gastropoden
6 c; Pb = lood, Pu = plutonium
7 c een ignimbriet is van vulkanische oorsprong (gloeiend vloeibare tuffen); a en b zijn dus uitgesloten
8 b een cylindrische intrusieve pijp opstijgend uit grote diepte en waar door zeer hoge druk grafiet is omgezet in diamant
9 b de Protoavis uit het Trias
10 a effusief gesteente = uitvloeiingsgesteente
11 b
12 c ontstaat in de gasrijke aanvangsfase van een vulkanische explosie; is erg poreus en zeer licht vulkanisch glas
13 b mastopora is een paleozoïsche kalkalg
14 b ontstaat door verkitting van hellingpuin of wrijvingsbreksies t.g.v. tektonische bewegingen in gebieden met ultrabasische gesteenten
15 b in de zin van door dieren ingeslikte stenen om de maaginhoud beter te kunnen verteren
16 b
17 c
18 c
19 b
20 c
21 c; Grieks: kryos = ijs en Latijn: turbatio = verwarring
22 c is een lichtdeeltje; a en b zijn astronomische begrippen: gnomon = (wijzer van) zonnewijzer, zenith = punt hemel boven hoofd waarnemer 23 c
24 a
25 b bewoonden in romeinse tijd het noorden van Wales

Aflevering 4
1 b a = metamorfose, c = metabolisme
2 a vapor = damp; o.a. haliet, borax
3 c pedi = beweging
4 c lood-koper-arsenicum oxide, vindplaats Tsumeb; orthorombisch, appelgroen-olijfgroen (een arsenaat)
5 c al = aluminium (ranggetal 13), am = americum (ranggetal 95)
6 a bruine, mangaanhoudende toermalijn
7 b helium komt in dampkring voor in concentratie van 5 delen per miljoen; als vervalprodukt van uranium komt het in sommige aardgasbronnen voor (tot 7%)
8 c
9 a in brokken gespleten gesteente (bijv. graniet) en niet verplaatst
10 a glasopaal; wanneer dit weer troebel wordt door waterverlies wordt het hydrofaan of melkopaal genoemd
11 c zeoliet = kooksteen; bij verhitten verliest het H2O
12 c
13 b door druk verbrijzeld gesteente
14 c zwaar gesteente, gekenmerkt door korrelig, zwartwit uiterlijk
15 c a en b zijn onzin
16 b het Dogger duurde van 188-163 miljoen jaar geleden
17 c rhyoliet is een kwartsporfier
18 a anhydriet (woord lijkt er op) is ontwaterd gips en vormt de bovenzijde van de gipshoed van een ‘dome’ = zouthorst
19 c mn = mangaan, md = mendelevium (ranggetal 101)
20 a
21 a
22 b
23 a wormsporen in Cambrische zandsteen
24 b gebroken gesteente; langs mechanische weg bijeengekomen losse brokjes gesteente
25 b