Excursies

Onze activiteiten

Natuurlijk kun je mooie fossielen en mineralen kopen maar niets is zo mooi en waardevol als dat wat je zelf hebt gevonden. Daarom helpt de HGV bij het vinden van mogelijkheden voor excursies naar vindplaatsen van fossielen en mineralen in en buiten Nederland.  Op de volgende pagina’s zijn wat excursieverslagen opgenomen van bezoeken aan vindplaatsen om een indruk te geven van onze activiteiten.

Cadzand en Hoevenen [zoeken op (fossiele) stranden]

De eerste jaren zijn we diverse malen richting Cadzand en Nieuwvliet Bad geweest. Naar het strand van Cadzand/Het Zwin en het vlakbij gelegen Nieuwvliet. Cadzand staat bekend om zijn haaietanden, die al sinds jaar en dag langs het strand worden gezocht.

Cadzand 1Cadzand 2

websites foto's

Soms is de oogst groot, soms is het veel bukken om slechts een paar tandjes op te pikken. Er komen ook andere fossielen voor: roggetanden, botfragmenten, fossiele schelpen en ander klein goed. Hoofdzakelijk uit het Eoceen. Het is zaak om goed te kijken! Tandjes van 2 mm zijn geen uitzondering. De laatste paar jaar is de spoeling wat dunner.  Het zijn altijd ééndaagse excursies, waarbij we of Cadzand en omgeving bezoeken of de regio Antwerpen. Bij Nieuwvliet troffen we bij een der eerste bezoeken suppletiezand aan, afkomstig van de “Sluissche Hompels” (zo’n 6 km uit de kust). Ook hier haaietanden, maar jonger, meest Plioceen.

Toen er weer werd gegraven rondom Antwerpen in het kader van de havenuitbreiding werd het zoeken verplaatst. naar Hoevenen. Deze locatie is ontstaan bij het uitgraven van één der vele havens die rondom Antwerpen ontstaan.  Miocene en pliocene vondsten kunnen daar in ruime hoeveelheden worden gevonden. De lagen zijn vaak verstoord als gevolg van de gebruikte techniek via het opspuiten van zand via buizen. Ook het vele heen en weer schuiven doet geen goed aan het kunnen herkennen van de verschillende zanden. De ouderdom van deze vondsten ligt op ca. 5 miljoen jaar (= Vroeg Plioceen/Zanden van Kattendijk) of het Midden Mioceen, afhankelijk van welke formatie hier is aangetroffen.

Hoevenen september 2010 003Hoevenen september 2010 021Hoevenen september 2010 012

Zoeken in Hoevenen; linker foto; in het midden een klein deel van de oogst haaietanden en (rechts) een tand uit de onderkaak van Notorynchus cepedianus Peron, 1807

(zie: http://people.zeelandnet.nl/sharke/Notorynchus.htm;

Als je wilt weten welke haaietanden er te vinden zijn, kijk dan even op: http://www.belgiansharkteeth.be/ en http://www.robbinsfossielen.page.tl/Hoevenen.htm


Een dagje keien zoeken op Gooise bodem

De laatste jaren gaat de Haagse Geologische Vereniging ieder jaar op excursie naar het Gooi om windkanters te zoeken. Dat vindt plaats op een akker in het Crailosche Bos. We beschikken dan over toestemming van het Goois Natuurreservaat en de boer die de akkers pacht. Het graan is dan van de akkers, maar helaas nog niet omgeploegd. Hier volgt een verslag van één der laatste keren.

“Het weer was ons gunstig gezind. Iedereen was ingespannen bezig, verspreid over die weidse akker. Men zocht met behulp van vreemde werktuigen: aspergestekers, kinderharkjes, skistokken. De windkeien hier bestonden overwegend uit Scandinavische (kwartsitische) zandstenen, geel, bruin en paars: Dalazandstenen. En vrij veel scherp geribde witte kwarts.

Door naar de volgende vindplaats. De akkers daar stonden vol kort gras. Zeer geschikt dus om op te lunchen. Nog steeds stralende zon en bovendien op deze plek veel windkanters. We inspecteerden de velden: grotere variatie, qua gesteentesoort, formaat, en meer verschillen in aangeslepen delen. We troffen ook stenen aan van van oorsprong uit het zuiden en meegevoerd door de grote rivieren: bijvoorbeeld révinienkwartsiet, lydiet, verschillende soorten vuursteen, taunuskwartsiet, radiolariet, lydiet en jaspis. Eén deelneemster vond een exemplaar van vele kilo’s, een prachtig geel geaderde glanzend gepolijste steen met volmaakt gave scherp opstaande windribbel. Zo bijzonder had ik ze in museum Hofland niet gezien. Ieder van ons vond hier mooie exemplaren. Er waren ook klapperstenen. Dit zijn limonietconcreties die ter plaatse in het sediment ontstaan doordat er rond een (lemen) kern onoplosbaar ijzerhoudend materiaal wordt afgezet. Door volumevermindering van de kern kan zo’n steen letterlijk gaan‘klapperen’. De meeste doen dat niet, de onze ook niet.

367410Craaylo 13Websitesforo's 008

De Westerheide, een hoog droog landschap op de Gooise stuwwal, was prachtig en heel stil. De zon stond al laag en gloeide over de bloeiende hei, het paars, grijs en groen werd afgewisseld met het wit en geel van het zand. Er waren nauwelijks mensen. Je kon om je heen kijken zonder dat iets het landschap en de horizon verstoorde. Dat is in Nederland toch ongekend! Dit beseffend slenterden we binnen en buiten de paden. Wel af en toe op de grond kijken, er was hier al eens een schrapertje gevonden. Ook lagen er sterk verweerde granieten, soms met een windribbel. Die zagen we nog niet eerder.

Na ruim een uur zagen we de grafheuvels. Bulten in het landschap. Iets anders van kleur. Opgebouwd uit zand en plaggen. Opgeworpen in de late Steen- of Bronstijd. Op een van de grootste hebben we een tijdlang stil gezeten, uitkijkend over de uitgestrekte heide met hier en daar een eik of berk. Het is hier zo droog dat er weinig dopheide, maar veel struikheide groeit. In combinatie met een grasje dat ‘Bochtige Smele’ heet. Elders op de hei  (waar in de ondergrond keileem zit, laat geen water door, dus vochtiger) staat juist veel dophei. Nederland is nog het enige land in Europa waar dophei in redelijk grote hoeveelheden voorkomt.  Om de hei te verjongen worden er regelmatig stukken afgeplagd (het maaisel van de Gooise heide wordt gebruikt als strooisel in olifantenverblijven en als dakpanvulling voor traditionele daken in Duitsland ( beetje bizarre informatie, maar toch)”.

Hieronder nog in het kort iets over windkeien.

Windkeien

Windkanters of  -keien zijn stenen met een of meer gladde vlakken, begrensd door scherpe rechte of gegolfde ribben. Ze werden in deze vorm geslepen en gepolijst door met zand beladen wind (denk aan zandstralen). Ze hebben door het polijsten vaak een ‘vettige’ glans, windlak genoemd. Windkeien komen voor op Pleistocene zandgronden ten noorden van de Rijn en in grote delen van Noord-Brabant en Limburg. Men treft ze plaatselijk in concentraties aan en zelden geïsoleerd. De meeste windkeien werden gevormd tijdens het Weichselien-glaciaal. De droge wind blies alles weg, behalve stenen en steentjes. Zo ontstond uiteindelijk een aaneengesloten laag van stenen: een ‘keienvloer’, hecht verankerd in de bevroren bodem. Zand- en stofstormen bewerkten deze keien, er als het ware ‘facetten’ aan slijpend. Omdat de wind steeds meer van de fijne deeltjes vanuit grotere diepte meevoerde, zullen de keien verder gezakt zijn en soms gekanteld. Met als gevolg dat ze aan meer zijden werden geslepen.

Er is mogelijk nog een oorzaak waardoor ze van positie veranderden, om vervolgens aan een andere zijde door de wind geslepen te worden. Dit heet kryoturbatie. Men moet zich realiseren dat er een groot verschil bestaat tussen bevriezen en ontdooien van fijn- en grofkorrelig materiaal. Vochtige klei en leem bevriezen  bijvoorbeeld langzamer dan vochtig grof zand. Wanneer dus, in de winter,  klei en leemgrenzen gaan bevriezen tussen de permafrost (permanent bevroren bodem) en de reeds van boven af  bevroren oppervlakte, kan dit flinke spanningen veroorzaken, zodat er een intense verfrommeling ontstaat. ’s Zomers kan ontdooien ook een dergelijk effect opleveren. Uitstulpingen met zand (verzadigd met ontdooid water) dringen verticaal in de plastische kleilaag: De bodem wordt dan tot op 1 à 2 meter doorkneed, met inbegrip van de stenen die er in en bovenop liggen.

In het Saalien-glaciaal (voorlaatste ijstijd, 230.000 tot 130.000 jaar geleden) werden door gletsjers stenen en keileem uit Scandinavië meegevoerd tot aan het Gooi. Het ijs was 150 meter of nog dikker en dus zeer goed in staat om stenen te verpulveren en bevroren grond in grote schollen vooruit te schuiven. Er werden stuwwallen gevormd.

In het Weichselien ( laatste ijstijd, 110.000 tot 10.000 jaar geleden) bereikten gletsjers en landijs Nederland niet. Het werd echter extreem koud en zeer droog, er ontstonden toendra’s en zelfs poolwoestijnen. De bodem was blijvend bevroren. Harde koude winden voerden fijn stof en zand aan. Keien werden geslepen tot windkanters en er werden dekzandheuvels gevormd (o.a. Westerheide).

 

De Winterswijkse Trias

Regelmatig bezoekt de Haagse Geologische Vereniging de Winterswijkse steengroeven. Deze liggen een paar kilometer ten oosten van Winterswijk in de buurtschap Ratum. Onderstaand volgt een korte beschrijving gegeven van het milieu ten tijde van de Muschelkalk en wat je er zo al kunt vinden.

In de steengroeve komen vooral sedimenten uit de Onder Muschelkalk voor. Deze afzettingen werden gevormd in een tijd – circa  235 tot 240 miljoen jaar geleden – dat er sprake was van lagune-achtige omstandigheden. Soms een regressie en soms een transgressie. De dikte van deze afzettingen in de groeve zijn ongeveer 40 meter. De aangetroffen golfribbels wijzen op een ondiepe zee en de eveneens voorkomende krimpscheuren op een tijdelijke regressie.

In dit milieu van een langzaam binnendringende zee kwamen ook allerlei mariene mollusken mee. Bekend zijn de lamellibranchaat Myophora. Ook zijn enkele ammonieten aangetroffen, b.v. Ceratites en Beneckia buchi (Alberti). Een ander vaak aan te treffen fossiel is de worm Rhizocorallium jenense (Zenker).

2_image001[1]396PICT1009.JPGPICT1004.JPG

Dat het een overgangsgebied was blijkt ook uit de vondsten van visafdrukken en sauriërresten. Bekend zijn o.a. afdrukken van Rhynchosauroidus peabody FABER, 1958 (foto). Dit was een saurier die tot anderhalve meter lang kon worden. Hij had een korte romp, een lange staart en 4 naast het lichaam geplaatste poten. Iedere poot bezat 5 tenen. Hij leefde onder tropische omstandigheden in een lagune met andere kleine sauriërs.

Ook de mineralenliefhebber komt in de Winterswijkse steengroeven aan zijn trekken. Fraaie stukjes pyriet(kristallen), markasiet, calciet, dolomiet, galeniet  en coelestien zijn naar een verzameling verhuisd.

Excursie Frankrijk: Poitou en omgeving & Le Grand Pressigny
Wat we er met name kunnen vinden zijn ammonieten uit het (Midden) Callovien. Vooral van de genera Perisphinctes, Rheineckia, Macrocephalites, Collotia, Bullatomorphites en Hectococeras zijn verschillende soorten te vinden. Hieronder zijn enkele voorbeelden weergegeven. De begeleidende fauna bstaat uit een enkele nautilus, en diverse tweekleppigen en brachiopoden.Bij het gehucht Les Maisons Blanches (in de buurt van Poitou) ligt een groeve waar al jaren niet meer gewerkt wordt. Deze is korte tijd motorcrossterrein geweest en vervolgens een diep bassin. Het water lekte weg en is nu weer helemaal begaanbaar en oké, behalve dan dat men in een hoekje is begonnen er een vuilstortplaats van te maken. Goede vondsten worden er altijd gedaan. Van groot belang dus om tijdig al die prachtige ammonieten uit het Jura uit te hakken/te verzamelen.

 Artefacten Grand Pressigny Linker foto: eerder verzamelde artefacten uit de omgeving van Le Grand Pressigny.Foto rechts: Macrocephalus macrocephalites.   Macrocephalites

Op de terugweg gaan we via Le Grand Pressigny waar we op weg naar de Poitou (gebied rond Poitiers) op velden en akkers zoeken naar vuurstenen werktuigen. Vrijwel iedereen heeft wel eens gehoord van de Le Grand Pressigny. Rond deze plaats willen we ons geluk beproeven. Van belang is de juiste plekken te weten en op een tijdstip te gaan waarop de akkers braak liggen en liefst pas geploegd. In het kasteel van Le Grand Pressigny is een museum waar fossielen en stenen werktuigen uit de omgeving zijn te bezichtigen. Een aantal van die artefacten zijn van jaspis. Dit is een compacte kwartsvariant; rode, gele en bruine chalcedoon, soms egaal van kleur, soms gevlamd. Het is een hard en prachtig gesteente. Dit vonden onze Neanderthaler voorouders ook. Het is maar een klein gebied waar ze het vandaan haalden. Als we toestemming krijgen gaan we die locatie bezoeken en dit mooie halfedelgesteente verzamelen. Een lid, die deze omgeving goed kent, zal dit voor ons proberen te regelen.

Werktuigen van jaspis, gevonden op de akkers rondom Fontmaure. Vitrine Le Grand PressignyVitrine in museum Le Grand Pressigny, zie ook: http://www.37-online.net/gb/castles/gdpressigny_gb.html